Joline BosmansJoline Bosmans, fysiotherapeut in het Centrum voor Revalidatie, is 25 november gepromoveerd op het proefschrift Rehabilitation aspects of amputation. Ze onderzocht verschillende aspecten van amputatie vanuit revalidatiegeneeskundig gezichtspunt.  

Fantoompijn

De redenen voor de amputatie zijn divers; het meest voorkomend is amputatie als gevolg van vaatproblemen, in mindere mate als gevolg van kanker en trauma. Bosmans deed onderzoek naar het ontstaan en het beloop van fantoompijn, fantoomsensaties en stomppijn na een been- of armamputatie en naar welke factoren daarop van invloed zijn. Het blijkt dat fantoompijn minder vaak voorkomt bij mannen dan bij vrouwen. Ook hebben mensen met een beenamputatie (in tegenstelling tot armamputatie) minder last van fantoompijn, zeker als de

amputatie al langere tijd geleden plaatsvond. In de literatuur variëren cijfers over het vóórkomen van fantoompijn sterk. Bosmans laat zien dat dit afhangt van hoe je de frequentie van fantoompijn telt. Is eenmaal per jaar fantoompijn hetzelfde als elke dag fantoompijn? Of hetzelfde als ‘altijd’?  Wat betekent fantoompijn voor iemand  met een amputatie? De impact van fantoompijn op het subjectieve welbevinden van patiënten voor, tijdens en na de amputatie, onderzocht Bosmans onder meer met behulp van een nieuw sociomedisch model. De directe invloed van fantoompijn blijkt voor het merendeel van de patiënten klein, maar ondraaglijke fantoompijn heeft een vrij grote invloed. De invloed is het grootst als verschillende factoren, zoals fantoomsensaties en -pijn, dagelijkse activiteiten en sociale steun in het spel zijn. Onafhankelijke patiënten met een baan, partner/vrienden en vooruitzichten zijn beter af dan patiënten die geen betekenisvolle activiteiten hebben gevonden.  

Geen betere stabiliteit

Bosmans onderzocht verder ook de bewering dat amputatie door de knie een aanzienlijk betere loopstabiliteit zou geven en minder snel tot overlijden zou leiden. Bij dat laatste is de veronderstelling dat bij een amputatie op een lager niveau de kans bestaat dat er uiteindelijk toch meerdere operaties nodig zijn, die het genezingsproces en de algehele conditie van de patiënt niet ten goede komen. Zowel een betere loopstabiliteit als een lagere mortaliteit kan op grond van haar onderzoek niet worden bewezen. Bosmans vond verder dat vier factoren van invloed zijn op de kans om na een amputatie minimaal 500 meter te kunnen lopen. Het stijgen van de leeftijd, een bovenbeenamputatie, fantoom- of stomppijn en een amputatie vanwege vaatlijden of suikerziekte hebben een negatieve invloed hierop.

Hoe tevreden is de klant?

In de gezondheidszorg wordt de kwaliteit van de zorg steeds belangrijker. Zorgconsumenten worden steeds kritischer en raken beter geïnformeerd over wat er allemaal mogelijk is. Verzekeringsmaatschappijen eisen steeds betere kwaliteit van de zorg en producten waarvoor zij betalen. Ook een leverancier van protheses en orthopedische aanpassingen heeft er belang bij dat zijn klanten tevreden zijn. Bosmans toont aan dat consumenten, maar met name geamputeerden, zeer tevreden zijn met de service van ‘hun’ orthopedische instrumentmakerij. Zij gaven een ruime acht voor de dienstverlening van de OIM. De meeste amputaties worden verricht op oudere patiënten met uitgebreid vaatlijden. Bosmans pleit dan ook voor meer onderzoek naar de revalidatiewensen en -behoeften van deze ouderen. Er moeten behandelplannen voor deze groep ontwikkeld worden en er zal meer onderzoek gedaan moeten worden naar protheserevalidatie, de functionele uitkomst na amputatie en naar de kwaliteit van leven. Bosmans heeft de voorzet gegeven.

Bron: Re(visie -  jaargang 4 • nummer 3 • oktober 2009 Meer informatie [klik hier]